maandag 24 juni 2013

Ronde 3 - Hermine Spitzig en Neil Chalmers

Robot Hermine Spitzig heeft het huisje aan de Dorpsstraat overgenomen van Kaylynn. Eigenlijk is ze wel blij dat Kaylynn vertrokken is, want nu kan Neil bij haar intrekken. Dat spaart huur en het is heel gezellig.


Hermine kan niet meer zonder Neil.

Hij is nog zo speels. In zijn vrije tijd gaat hij buiten spelen met zijn vrienden.



Hij werkt 's nachts als Party DJ.


Maar na een paar weken wordt hij ontslagen.


Hij is heel somber en hij snapt niet hoe dit nu zomaar kan. Maar ja, hij maakt ook wel met iedereen ruzie, dat heeft Hermine ook wel gezien.

Hermine vindt dat hij ook maar een zaak moet beginnen. Ze huren een boerenschuur en verbouwen hem tot recreatiecentrum voor de toeristen. Dan hebben die bij regen ook wat te doen.

Neils Knutselclub noemt hij het.


Dat is makkelijk geld verdienen. Terwijl hij een oogje in het zeil houdt kan hij lekker gaan pottenbakken.


En Hermine gaat aan het schilderen. De muren van de club hangen vol met schilderijen van haar.

Maar de omgang met ontevreden klanten dat heeft hij nog niet zo onder de knie. Als een klant klaagt over het feit dat er overal lege blikjes rondslingeren, gaan ze bijna op de vuist. Hermine kan nog net tussenbeiden komen.

Op een dag komt Neil thuis na een wandeling in de duinen. Hij heeft een vreemde lamp gevonden. Hermine wil dat vieze ding niet in huis hebben, dus hij zet hem in de tuin.

Ook daar kan Hermine het niet aanzien, zo'n stoffig ding, dus ze besluit hem maar eens op te poetsen. Als hij er dan zo aan gehecht is, kan ze er maar beter iets moois van maken. Tot haar grote schrik gebeurt er dit.



Drie wensen mag Hermine doen. Ze wenst een kalme geest. Want hoewel ze heel gelukkig is met haar restaurant, blijft er altijd maar iets aan haar knagen. Ze had liever in het onderwijs gegaan. Maar ja, daar is niet veel werk in te vinden op het moment. Er wonen nauwelijks kinderen op dit eiland.

Tot haar verbazing werkt het. Ze voelt zich veel gelukkiger. Ze roept Neil dat hij ook een wens mag doen. Voor ze het weet heeft Neil al geld gewenst. Veel geld graag. Terwijl toch iedereen weet dat geld niet gelukkig maakt.


Is dat geld wel echt? Is het wel te vertrouwen? Neil is er in ieder geval heel blij mee.

Voor Neil de derde wens kan doen, haalt Hermine de lamp weg. "Die bewaren we."



Ronde 3 - Spitzig

Kaylynn Spitzig: 
Alles draait om Phil
Had ik al verteld over Phil? Phil is lief, leuk, knap, geestig, interessant, aantrekkelijk, enz. enz. Hij werkt op de legerbasis, maar hij brengt al zijn vrije tijd bij mij door. We gaan nooit uit, want dat vindt hij zonde van de tijd. Hij zegt: Meid, als ik eindelijk bij jou kan zijn, dan wil ik ook alleen maar jou zien en niet al die andere mensen. Is dat niet lief?
We kunnen echt geen dag meer zonder elkaar. Dit is echte liefde.

Hermine mag hem niet zo geloof ik. Maar ik denk dat ze jaloers is. Als Philp komt, dan vertrekt zij meteen naar haar Neil aan de overkant.
Die Neil, die is pas raar. Hij is twintig maar het is een jongetje van tien in zijn gedrag. En hij zoekt met iedereen ruzie. Behalve met Hermine dan, zij ziet hem niet zoals andere mensen hem kennen. Nou ja, ik bemoei me daar niet mee. Hermine is een geweldige hulp in de winkel en dat waardeer ik.

Mijn winkeltje loopt als een trein. Ik verkoop nu ook souvenirs en kalenders. Ik ken iemand die mooie natuurfoto's maakt en op internet laat ik daar dan kalenders en posters van drukken. We delen de winst.

 Dit had ik toch niet durven dromen toen ik in dat schuurtje begon met wat levensmiddelen en kleding. Nu heb ik een eigen zaak met twee man personeel. Ik ben een zakenvrouw. Hoe klinkt dat?

Ik moet zeggen dat ik de zaken een beetje verwaarloosd heb door Phil.


Opgelicht
Op een dag zei Phil dat hij naar huis moest. Zijn moeder was ziek en ze moest geopereerd worden. Ze woont in Maastricht. Maar hij had geen geld voor de trein, of ik hem wat kon lenen. Ik bood nog aan om hem erheen te brengen met de auto, maar dat wilde hij niet. "Ik wil je graag een keer aan mijn moeder voorstellen als ze weer goed is." Dat kon ik wel begrijpen. Dus ik leende hem mijn auto, dat leek me prettiger dan met de trein. Ik gaf hem geld voor benzine mee.

Toen begon ik me niet lekker te voelen. Ik was de hele dag misselijk.
Ik hoopte dat Phil gauw weer terug zou komen. Ik had hem al een paar keer geprobeerd te bellen maar de voicemail stond aan. Hij was natuurlijk in het ziekenhuis.
Ik zat dagen op de bank te hangen en las wat.
Hoe vind je die grote poster van de vuurtoren? Die verkoop ik ook in mijn winkel.

En Hermine, die bikkel, ging gewoon door. Overdag in de winkel en 's avonds in haar restaurant.
Ze heeft daar nu ook twee vrouwen in dienst genomen, ze heten Kea en Amanda en ze zijn geweldig.
Amanda is de gastvrouw en Kea doet de bediening, dan kan Hermine zich helemaal op het koken richten. Dat is wel nodig, want de zaak zit iedere avond vol.


Toen ik weer een beetje op de been was, ging ik naar de legerbasis om te informeren hoe het met Phil was. Hij nam nog steeds zijn telefoon niet op. Ik mocht er niet in. Verderop is een Sims Militair Tehuis, waar de soldaten hun vrije tijd doorbrengen. En wat denk je? Niemand kent een luitenant die Phil heet.

Ik ontmoette de commandant, Sandy Bruty, en vertelde dat ik nog geld van hem kreeg. En dat hij mijn auto heeft. Ze raadde me aan om naar de politie te gaan. Niemand had ooit van hem gehoord. Toen begon me iets te dagen.
Bij de politie hoorde ik dat er meerdere vrouwen aangifte hadden gedaan. Een man die beweerde soldaat te zijn, en die plotseling naar zijn zieke moeder moest. Hij had van iedereen geld geleend.
Hoe kon ik zo dom zijn? Waarom ben ik hier ingetuind? Die agent vertelde me nog een nieuwtje, waar ik erg van opkeek. Arnoud Storm werkt tegenwoordig bij de politie. Hij is in opleiding in Ruimwolde, op het vasteland. Dat had ik nooit van Arnoud verwacht.

De buurt gaat ook met sprongen achteruit. Hermine vond onze ex-buurman, Christiaan Love stomdronken in het plantsoentje bij de kinderspeelplaats.
Hij stonk verschrikkelijk, zei ze. Ik wist niet dat robots konden ruiken?

De Ware
Ik belde Arnoud om mijn hele verhaal te vertellen. Wat is het toch een goeierd, hij kwam meteen. En hij luisterde geduldig, zonder me in de rede te vallen.
Hij was zo lief en zorgzaam voor me. Hij maakte thee met beschuitjes voor me, want ik had nog steeds last van mijn maag. Van de zenuwen, ik ben kilo's afgevallen. Samen zijn we een nieuwe auto gaan kopen in Ruimwolde. Een tweedehands bestelbus, dat is handig voor de zaak.

Zo langzamerhand begon ik iets te beseffen. Ik ben al die tijd blind geweest. Liep achter een illusie aan, terwijl de ware liefde voor het grijpen lag.

Ik werd verliefd op Arnoud. Eigenlijk heb ik altijd van hem gehouden. Dat besef ik nu.

Van het een kwam het ander...

Verhuizen
En toen? Toen merkte ik dat ik zwanger was. Maar van wie? Van Phil of van Arnoud? Ik wist het niet. Eerst durfde ik het niet tegen Arnoud te zeggen. Maar die reageerde heel blij. Hij zei dat hij dol is op kinderen. En nee, het kon hem niet schelen wie de vader was. Het zou toch ons kind worden? Brenda was ook niet zijn eigen kind en daar houdt hij ook heel veel van.




"Je komt gewoon fijn bij ons wonen en na de bevalling vieren we de bruiloft, hoe vind je dat?"

"Bij jullie wonen? Waar dan? Waar moet de baby dan slapen?" Arnouds huisje is oud en klein en tochtig. En mijn huurhuisje is nog veel kleiner. We besloten te gaan verbouwen. Ik had al aardig wat verdiend met mijn winkeltje en Arnoud heeft een vaste baan, die kon makkelijk een hypotheek krijgen.
Ik mocht helemaal zelf weten hoe ik het hebben wilde.

Kijk, dit is de benedenverdieping. De keuken is groter en er is een aparte eetkamer. Het halletje is bij Arnouds oude slaapkamer getrokken en dat is nu onze woonkamer.


En boven is er een hele verdieping opgezet. Brenda heeft nu ook een echt kamertje met wat meer licht. En er is alvast een kinderkamer ingericht. Alleen dat laddertje, dat zint me niet helemaal, maar een trap zou zoveel ruimte innemen, dat we dat maar niet gedaan hebben. Het went snel genoeg, zei Arnoud.

Zie je die mooie poster van de duinen boven ons bed? Komt ook uit mijn winkeltje.
Op de overloop is een werkhoekje voor Arnoud. Zo kunnen we wel even vooruit.

Hermine wilde niet met me mee. Ik was wel even verbaasd. Ik bedoel, ik heb haar gekocht en gemaakt. Maar ze zei dat ze geen slaaf is. En ze heeft me de prijs terugbetaald die ik voor haar zelfbouwpakket heb uitgegeven. Ach, ze heeft goud geld voor me verdiend met die zaak, wat zal ik dan klagen? En Arnoud heeft ook al een robot, ze heet Liliane, ik hoop dat ik het met haar kan vinden.

Hermine woont nu met Neil in mijn oude huisje. Met die mooie nieuwe rode keuken. Maar eigenlijk vind ik mijn nieuwe keuken veel mooier. Ik ben veranderd.

En daar zit ik dan, met een hele dikke buik, in de babykamer in mijn nieuwe huis. Ik ga een heel nieuw leven tegemoet...


zondag 23 juni 2013

Intro - Huize Beemster

Op het Noorderstrand komen vroeg in de ochtend twee vreemde wezens aangezwommen.


Het zijn Zirk en Par Ob. Ze zijn door hun ruimteschip in zee gedumpt. Met ferme slagen zwemmen ze door de branding en lopen het verlaten strand op.


Ze zoeken het dennebosje in de duinen af, waar hun uitrusting gedropt is met een parachute. Par heeft een zendertje bij zich, waarmee ze het pakket snel heeft opgespoord.


"Moeten we echt deze lappen aantrekken?" vraagt Zirk, als hij de het kledingpakket ziet. Par zegt dat ze dit land uitgebreid bestudeerd heeft vanuit de ruimte. Aardbewoners dragen lappen. De mannen hebben een soort sliertje om hun nek, de vrouwen lopen op schoenen op steeltjes. "Voor mij is het ook niet prettig, maar het went gauw genoeg. We moeten zoveel mogelijk op hen lijken. Maar ja... ik geloof niet dat ik Aardbewoners in onze huidskleur heb gezien. Allerlei kleuren, maar geen blauw. Tenzij ze overleden waren."


"Het groene team heeft ook al een kolonist geplant, heb ik gehoord," zegt Zirk. "Ze zullen er wel snel aan wennen. Maar voorlopig moeten we ons nog even gedeisd houden, totdat we met meer zijn. Aardbewoners zijn niet echt gevaarlijk, behalve die van dat kamp daar, die in het groen gekleed zijn. Afdeling Groen gaat zich daarmee bezighouden. We moeten ons voorlopig een beetje gedeisd houden en onze omgeving goed bestuderen."


"Nou, dit is het dan. Onze nieuwe kleding. Je ziet er prachtig uit, Par." "Dank je, jij ook, Zirk, kom, we moeten gauw een onderkomen vinden. Ik heb iets uitgekozen hier verderop. Het zag er vanuit het schip gunstig uit. Geen buren en er woont maar één aardmens en die kan niet goed zien. Dat leek me een veilige keus." Samen lopen ze het pad af.



"Kijk, daar staat een bordje Te Huur. Dat betekent dat je voor geld erin mag wonen. Jij hebt wat van dat geld gedrukt?" "Ik heb mijn zaakjes prima voorbereid, Par, maak je geen zorgen. Ga jij maar met ze praten, want jij spreekt de taal beter. Laten we opschieten want er komt allemaal water uit de lucht vallen. Ik vind het niet prettig hier buiten."


Par drukt op de bel. Eerst gebeurt er helemaal niets. "Moet je niet roepen?" vraagt Zirk. "Nee, ik moet op dit knopje drukken en dan komt er iemand. Ik heb goed gekeken hoe het moet."
Dan horen ze voetstappen en een aardvrouw doet de deur open.
"Hallo, wij hebben Te Huur gezien en dat willen wij graag,"  zegt Par.
De vrouw stelt zich voor als Sandra Beemster.

Sandra woont al heel haar leven hier in de duinen. Vroeger met haar man, maar die is verongelukt, hij werkte bij de reddingsbrigade. Sindsdien verhuurt ze haar huisje aan de toeristen. Zelf slaapt ze dan in het schuurtje in de achtertuin. Ze is verbaasd om zo vroeg in het seizoen al toeristen aan te treffen.

"U heeft niet gereserveerd?" vraagt Sandra. "Nee, niet reservaat, wij willen Te Huur graag dank u wel alstublieft," zegt Par en toont haar meest beleefde glimlach.
"Ik had niemand verwacht, maar ik kan wel even het bed voor u verschonen, geen probleem," zegt Sandra. "Hoe lang had u gedacht te blijven?"
"O wij willen heel lang blijven. Heel lang," zegt Par.


"Ja, hoe lang is lang? Een maand?" vraagt Sandra. "U spreekt trouwens erg goed Nederlands voor een buitenlander, waar komt u vandaan? Ergens uit Oost-Europa zeker?"
"Wij willen Te Huur voor een jaar," zegt Par. "Ja, wij komen van heel ver. Kunnen wij ook eten hier?"


"Ik verzorg geen maaltijd, maar u heeft beschikking over het hele huis, u heeft de keuken voor uzelf, ik ga zelf in de achtertuin wonen als er gasten zijn. Ik ben blind, ziet u, dus koken doe ik niet. Er is in het dorp een restaurant als u liever niet zelf wilt koken."

Ze gaat hen voor het huis in. Er is een kamer, een keuken, een badkamer en een zitkamer. "Ja, is mooi wij nemen het. Mijn man betaalt de Te Huur aan u. Met geld," zegt Par.
"En wat is uw naam?" vraagt Sandra.
"Ehm... Romeo en Julia," zegt Zirk. "Romeo en Julia?" Sandra kijkt verbaasd. Maar ja, toeristen zijn soms rare snoeshanen. Ze laat het er verder maar bij. Die meneer is goed van betalen want hij betaalt een heel jaar huur vooruit, zonder af te dingen op de prijs.
"Wij wil graag rust," zegt Par. Wij zijn filmster in ons eigen land. En wij willen niet de pers om ons heen. Alstublieft zegt u tegen niemand dat wij hier wonen."
"Van mij zal niemand iets te weten komen, maakt u zich geen zorgen," zegt Sandra. "Ik zal uw boodschappen wel voor u halen dan. Wat wilt u eten?"

Even later is ze met haar blindenstok op weg naar het dorp. Bij de winkel van Kaylynn haalt ze wat brood, vis en groenten. "Ik heb gasten voor een heel jaar. Rijke mensen zo te zien. Ze klinken Bulgaars of zo. Maar niemand mag weten dat ze er zijn, want ze willen rust."
"Van mij zal niemand wat horen," zegt Kaylynn en ze doet de boodschappen voor Sandra in een tasje.




woensdag 12 juni 2013

Ronde 3 - De familie Storm

Arnoud:
Het is eindelijk lente na een lange donkere winter met veel stormen en zelfs wat sneeuw en ijs. Het zonnetje komt voorzichtig tevoorschijn en alles ziet er gelijk beter uit. Brenda voelt zich thuis hier. Ze helpt me graag in de moestuin als ze uit school komt. Het is een echt buitenkind.



Ze doet het goed op school en heeft een paar vrienden en vriendinnen. Soms gaat ze vanuit school meteen mee met Alan en Paul en komt dan pas tegen etenstijd eens aanzakken.
Paul heeft een klimhuisje voor de kinderen in zijn tuin gebouwd. Die man is zo handig.



Iedere zondag gaan we naar Rotterdam. Eerst bij tante Janny op bezoek. En dan ga ik even langs het ziekenhuis, bij Cynthia kijken. Brenda blijft meestal bij tante Janny.
Als ik bij Cynthia ben vertel ik haar hoe het met Brenda gaat, wat ze allemaal doet en zegt. Ik hoop dat Cynthia me kan horen. Het is niet waarschijnlijk, maar je hoort wel eens dat dat gebeurt, dat iemand in coma ligt en alles waarneemt. Daarom ga ik dan ook maar wat voorlezen voor Cynthia, misschien verveelt ze zich wel. Ik ken haar niet zo heel goed, dus ik kies maar een boek uit dat ik zelf leuk vind.

Misschien dat Cynthia op een dag ineens haar ogen opendoet en zegt: "Hallo Arnoud, heb je geen leuker boek?" Dat zou wat zijn! Ik voel me daar een beetje dubbel over. Aan de ene kant wil ik natuurlijk graag dat ze beter wordt en dat Brenda weer naar haar moeder kan. Maar aan de andere kant ben ik wel erg gehecht geraakt aan die kleine kwebbelkous.

Ik begin steeds meer te beseffen dat ik graag een gezin van mezelf zou hebben, een vrouw en een kind. Een paar kinderen wel. Maar er zijn maar weinig vrouwen op het eiland. En ik ben niet zo'n versierder. Er is een legerbasis op het eiland en alle vrouwen worden als door een magneet daar naartoe getrokken. Er is een mannenoverschot op dit eiland. 

Kaylynn zeurt me de oren van m'n kop over ene Phil, ik heb hem nog niet ontmoet, die op de basis woont. Ze zegt dat ze mij ziet als een goede vriend, maar dat ze niet op me valt. Dat overkomt me nou altijd, dat vrouwen mij als hun beste vriend beschouwen. Ze vertellen me al hun geheimen en gaan er met een of andere stoere gorilla vandoor.

Buurman Paul heeft een nieuwe vriendin. Ze gaan binnenkort trouwen. Ze heet Allyn en het is een beetje een dom blondje. Ze heeft al een keer brand gesticht. 

Ik probeerde nog een halfslachtige versierpoging bij Kaylynns vriendin Danielle, maar die zei dat ze al een vriend had. Het is de buurman van Kaylynn, Christian Love.
Danielle gaf me voor mijn verjaardag een robot die ze zelf gemaakt had. Ze zei dat ik hem maar als vrouw moest activeren. Kaylynn heeft ook een robot en die heeft een vriend. Het moet niet gekker worden. 


Is dit een hint? Denken ze dat ik ook verliefd op een robot ga worden net als die half gare Neil?
Ik voel me een beetje beledigd. Wat denken ze wel niet, dat ik een soort perverseling ben? Ik wil een echte vrouw, van vlees en bloed, geen machine. Een moeder voor mijn kinderen. Sindsdien ontwijk ik Danielle een beetje. Wat niet meevalt op zo'n klein eiland.

Maar ik was toch nieuwsgierig en ik heb de robot geactiveerd. 


Ik deed dat in de tuin, want ik vertrouwde het niet helemaal. Ik zette hem in het gras en drukte op de knop. Ik moest invoeren of het een man of een vrouw was. Een vrouw dan maar, zoals Danielle zei. Ik moest haar een naam geven en koos voor Lilian.


Nou, ik moet zeggen, Lilian is wel heel bijzonder. Zo slim, je vergeet gewoon dat het een machine is. Ze is aardig ook. Maar ik ben niet zo als die vent met zijn Hermine.

Ik wist niet dat ze zoiets konden maken. Ze is een geweldige hulp in het huishouden, ik hoef haast niets meer te doen. Ze maakt schoon, ze repareert dingen en ze werkt in de tuin. 


Ze heeft een heleboel bloemen in de tuin gezaaid en dat begint nu op te komen. Het ziet er heel vrolijk uit.

Verder is ze druk met bloemschikken, ze maakt mooie boeketten en verkoopt die aan de toeristen. Ze is bezig om een eigen bloemwinkeltje op te zetten.


Ze kan heel goed koken, ze maakt gezonde maaltijden met ingredienten uit onze eigen tuin. Ik moest hier eerst wel aan wennen want er kwamen allemaal groene vonkjes van het eten af, ik vertrouwde het niet. Maar Lilian zegt dat dat komt omdat het zo gezond is.

We hebben er ook weer een buurman bij. Hij werkt voor het leger, maar hij woont verderop op de Kanaalweg Zuid. Het is een rare snuiter, hij is erg nerveus en schrikachtig en hij ziet er niet bepaald gezond uit. Misschien is hij overwerkt. 



Hij is hier een keertje blijven eten, maar ik kreeg geen uitnodiging terug. Ik zou dat huisje daar wel eens van binnen willen zien. Ik vind oude huizen altijd leuk.

Ik heb ook een manier gevonden om wat geld te verdienen. Er komen hier altijd wel toeristen voorbij en die blijven dan staan op de dijk en kijken naar mijn huisje. Vaak vraag ik ze dan binnen voor een kop koffie, dat vind ik gezellig, dan heb ik wat aanspraak. Mijn huis is nog in de oorspronkelijke staat, voor het grootste deel dan. Dat vinden mensen leuk.

Ik bedacht dat ik best een kleine toegangsprijs kon vragen hiervoor, als een soort museumpje. Ik heb met buren verderop gesproken en nu staat er op mijn website een hele keten van historische pandjes die je kunt bezichtigen als je ons eiland bezoekt. Het is opgenomen in een wandeltocht. En zo krijg ik allerlei mensen over de vloer. Ik heb me verdiept in de vogels, zodat ik daar ook wat over kan vertellen. 


Het gaat dus wel goed hier. Alleen... ik kan Kaylynn maar niet uit m'n hoofd zetten. Ik heb zelfs geprobeerd om een baan in het leger te vinden, maar er waren geen vacatures. Niet voor mij in ieder geval.
Ik had gehoopt dat ik meer indruk op haar zou maken als ik een uniform zou dragen. Dat schijnt ze stoer te vinden of zo.

En toen vond ik een baan bij de politie. Ik krijg een training op het vasteland, dus dat is iedere dag vroeg opstaan en met de pont mee. Gelukkig dat we Lilian nu hebben, die maakt het ontbijt voor mij en Brenda en zorgt voor het huis. Ik maak lange dagen maar ik heb er wel veel plezier in. Ik wist niet dat ik dit leuk zou vinden. Misschien word ik ooit wel commissaris van Kraaienplaat.



Ik weet niet wat Kaylynn zal denken van mijn uniform, maar Brenda is tenminste trots op me.