donderdag 30 mei 2013

Round 2 (1) - Kaylynn Spitzig

Ik heb een drukke tijd gehad. De winkel is een groot succes! Het is stevig aanpoten maar ik verdien er genoeg mee om mijn huur te betalen en ik kan nog wat sparen ook. Het bleek dat ik in aanmerking kwam voor een subsidie, dus ik kan nu gaan uitbreiden. Daar moet ik even over nadenken hoe ik dat gaan aanpakken. Er komt ook zoveel op me af. Ik moet nog veel leren.


Thuis loopt het allemaal niet op rolletjes. De tv is kapot. Hij hield er ineens mee op en toen kwam er zwarte rook uit de achterkant. Op dit eiland kan ik nergens terecht om hem te laten repareren. Hij moet dus naar het vasteland gebracht worden. Maar daar heb ik nog even geen tijd voor gehad.


Als ik thuiskom van mijn werk, dan ben ik zo moe, dat ik snel even wat te eten maak en op de bank neerplof. Dat ging natuurlijk mis, want ik viel in slaap terwijl het vlees opstond. Vlam in de pan en brand voordat ik goed en wel wakker was. Ik had wel dood kunnen zijn.
De huisbaas had de brandweer gebeld, die hebben ze hier, 't is niet te geloven. Vrijwillige brandweer.




Gelukkig maar, anders had heel mijn huis nu in as gelegen. En wat een aardige kerel was dat.

Ik heb nu al personeel voor mijn winkel aan moeten nemen. Een vrouw van hier verderop, ze heet Andrea en ze is handig met de kassa.

Mijn vriendin Danielle Lillard helpt ook, ze maakt robots voor me.





Kijk, wat denk je van een robotstofzuiger? Dat kunnen de mensen hier goed gebruiken met al dat zand. We hebben er al een paar verkocht. Met flinke winst. 


Danielle heeft een stacaravan gehuurd aan de bosrand. Ze was een weekje weg om te verhuizen en toen ben ik het zelf maar eens gaan proberen met die robots. Het is leuk werk. Ik denk dat ik best wel technisch ben, al zeg ik het zelf. 


En zie je hoe ik mijn winkeltje uitgebreid heb? Ik heb zelfs een achterkamertje met een klein keukentje en een bed. Als ik heel laat gewerkt heb, dan blijf ik bij de winkel slapen, dat is veel rustiger dan thuis met die buren van mij. Ik word echt niet goed van die metal-muziek van meneer Love. Die man werkt me op mijn zenuwen.

Kijk eens wat ik heb gemaakt. Iets heel nieuws uit China. Maak uw eigen robot, stond er op de doos. 


Hier ben ik wel een paar weken aan bezig geweest hoor. Samen met Danielle. 
Ik was heel benieuwd wat het allemaal zou kunnen, dus ik nam het 's avonds mee naar huis. 
Dit is niet te geloven. Ik drukte op de knop en toen werd me gevraagd: "Ben ik een man of een vrouw?" Ik koos voor vrouw. "Hoe heet ik?" Ja, daar sta je dan. Verzin zo gauw maar eens een naam. Het eerste wat me te binnen schoot was Hermine, zo heet mijn tante. Eigenlijk een stomme naam, maar nu is het te laat. 

Ik wist niet dat ze zulke dingen konden maken. Dit is wat anders dan een stofzuiger. Hermine kan koken, schoonmaken en ook dingen repareren, ze ging meteen mijn kapotte tv openmaken, er kwam zomaar een schroevendraaier uit haar hand. Ik had niks gezegd notabene. En hij doet het weer! Heerlijk. Nu kan ik 's avonds op de bank fijn bij een soap mijn diepvriesmaaltijd opeten. 


Arnoud zei pas nog dat er hier helemaal geen eetgelegenheden zijn voor de toeristen. En ook de mensen die hier wonen vinden het misschien wel eens prettig om een avondje uit eten te gaan. Nou, Hermine kan geweldig koken. Ik denk dat ik met die subsidie die ik pas heb gekregen wel iets leuks kan opzetten. Een eenvoudig eetcafé of zo. Ik ga me daar eens in verdiepen...



-o-o-o-o-

Huishoudens: 4
Speelbare Sims: 7 (Hermine erbij)
CAS Sims: 2/2
Zaken: 1
Geen banen vrijgespeeld, geen inbraken
1 brand
Vermenigvuldigingsfactor: 2
Populatie: 14


vrijdag 24 mei 2013

Ronde 2 - Arnoud Storm

Het is winter. Er was mij gezegd dat de winters hier mild waren. Deze winter is dan zeker een uitzondering. Er ligt zelfs sneeuw. De veerpont kon een week lang niet varen vanwege kruiend ijs of zoiets. Gelukkig had ik voldoende voorraden in mijn vriezer. Zonder vriezer is het lastig leven hier.

Het is fijn om Kaylynn in de buurt te hebben, dan heb ik wat aanspraak. Maar ze is vaak erg druk met haar winkeltje. Ze beloofde om me te helpen om mijn huis op te knappen, maar tot nu toe had ze steeds geen tijd en ik wil niet blijven aandringen. Ik zou zelf eens wat kunnen doen, maar... Tja, laten we zeggen dat ik een beetje lui ben.

Ik voel me nog steeds eenzaam en ik vraag me af of het geen grote vergissing is geweest om hier te gaan wonen. Zelfs de school begon me weer aanlokkelijk te lijken. De dagen zijn kort en de nachten lang en donker. Er waait een ijzige wind uit het noorden, die door de kieren van mijn huisje komt. 's Morgens word ik wakker met de rijp op de ramen.

Toch komen er soms nog toeristen. Ze komen 's morgens met de pont, hangen wat rond in het dorp, kopen wat bij Kaylynns winkeltje en vertrekken 's avonds weer om op het vasteland of op een ander eiland te overnachten. De meesten zijn vogelaars. Er schijnen hier zeldzame vogels te zitten. 

Ik heb een nieuwe buurman. Een paar huizen verderop werd druk geklust en nu is het huis bewoond. De buurman kwam zich voorstellen, hij heet Paul Kievit en hij is loodgieter. Een aardige kerel. Fijn, aanspraak! 




En moet je zijn huis zien, toen hij het kocht was het in dezelfde staat als het mijne. Hij heeft er wat bijgebouwd en alles gemoderniseerd. Wel gaat zo een deel van het historische karakter verloren, maar toch zou ik willen dat ik met mijn huis ook zoiets kon doen. Centrale verwarming en zo... 


Paul vertelde me dat hij op dit eiland is geboren. Hij is vertrokken toen hij trouwde en nu is hij gescheiden, zijn vrouw is een zangeres en ze is er met haar manager vandoor, naar Japan, daar hoopt ze carrière te maken. Raar verhaal. Hun zoontje Alan blijft bij Paul.



Ik heb Kaylynn leren schaken. Ze bakt er niet veel van, maar ze zegt dat ze het leuk vindt. Misschien zegt ze dat alleen maar om aardig tegen mij te zijn. Zij schijnt zich helemaal niet eenzaam te voelen, ze kent inmiddels alle bewoners van het eiland bij naam en vertelt me vele sappige roddels. Hoe doet ze dat toch? Ze is hier al helemaal ingeburgerd en ik hang er maar een beetje bij.

Kaylynn zei dat ze vond dat ik zo boeiend kon vertellen over de geschiedenis van dit eiland. Ze zegt dat ik een geboren leraar ben. Tja... ik denk dan terug aan mijn jaren op school, al die ongeïnteresseerde pubers die in hun banken hangen en met propjes gooien zodra je ze de rug toekeert. Of je filmen met hun mobieltje en je gestuntel op YouTube zetten. Dat is me ook overkomen.
Maar ik praat graag over geschiedenis ja, dat is waar. Het ligt er maar aan tegen wie.

Ze maakte dat ik erover ging nadenken en nu heb ik besloten om een website te maken over het eiland, over de geschiedenis en de natuur. Misschien is dat een manier om meer toeristen deze kant op te lokken. 
In ieder geval is het leuk om te doen, het houdt me bezig. 




Ik was nog maar net begonnen toen de telefoon ging. Het was mijn tante Janny uit Rotterdam. Ik was heel blij om van haar te horen, ze is een zus van mijn vader en een van de weinige familieleden die ik nog heb. En natuurlijk laat ik veel te weinig van me horen.


Maar tante Janny had geen goed nieuws. Ze vertelde dat haar dochter Cynthia, mijn nicht dus, een autoongeluk heeft gehad en in het ziekenhuis ligt. Ze vroeg of ik wilde komen.
Dus ik vroeg Paul om een oogje op mijn broeikas te houden (er groeit nog steeds van alles, onder lampen), vroeg Kaylynn om me naar de veerpont te brengen, en nam aan de overkant de trein naar Rotterdam.

Ik schrok wel toen ik mijn nicht terugzag, ze ligt in een coma. Ze zit met allemaal draden en buizen aan piepende machines vast en het ziet er niet best uit.

Het erge is, Cynthia heeft een dochter, Brenda. Ze is elf en het kind heeft het er moeilijk mee. Ze logeert bij een schoolvriendinnetje, maar daar kan ze niet blijven want die hebben al een vakantie geboekt, als het kerstvakantie is, gaan ze naar de sneeuw. En bij tante Janny kan ze ook niet terecht, die woont in een serviceflat voor bejaarden en ze zit in een rolstoel. Cynthia is niet getrouwd en ze heeft nooit verteld wie Brenda's vader is.

Tante Janny vroeg me of Brenda voor de kerstvakantie bij mij mocht logeren. Dat zou haar wat afleiding geven. Ja, daar schrok ik wel even van, want ik ben niet zo goed met kinderen. Hoe moet ik zo'n klein meisje nou bezighouden? Onderweg in de trein belde ik Kaylynn, die beloofde ons op te halen bij de pont. 


Ik had me geen zorgen hoeven maken, want Kaylynn kan met iedereen opschieten, ook met kinderen, dat bleek maar weer. Ik vroeg me af of ze het niet koud heeft in die kleren, iedereen loopt in een winterjas en zij gaat toch wel erg schaars gekleed. Maar ze zei dat het in Denemarken nog veel kouder is. Tja, ik zou toch maar een wollen trui aantrekken als ik haar was. Ze verkoopt ze wel in haar winkeltje.

Goed, daar lag ik dus weer op de bank te slapen, Brenda lag in mijn bed. Middenin de nacht hoorde ik haar snikken. Ik voelde me een beetje ongemakkelijk toen ik ging kijken. Ze zei dat ze bang was voor de wind. Die loeide ook wel erg hard om het huis. En het sneeuwde alweer. Ik denk ook dat ze haar moeder wel miste, het is ook niet niets wat haar is overkomen. Ik had zo'n medelijden met dat kleine meisje. Ik probeerde haar een beetje af te leiden met een verhaal over de vikingkoning. Ik maakt het allemaal een beetje mooier en minder bloederig dan de werkelijke geschiedenis. Het was vast niet boeiend want halverwege viel Brenda in slaap. Zelf lag ik nog een hele tijd wakker. Ik kon niet meer in slaap komen op die bank. Het is ook wel een oud rotding. Misschien moet ik volgende keer als ik in Rotterdam ben eens bij Ikea kijken. Maar ik probeer zo zuinig mogelijk te zijn met mijn spaargeld, als het op is, dan heb ik een probleem.
De volgende ochtend voelde ik me niet echt geweldig, mijn rug deed zeer en ik was niet bepaald uitgerust. 


Brenda kwebbelde meteen de oren van mijn hoofd. Het verdriet van de nacht was alweer vergeten. Ze wilde alles weten over de vikingkoning, het blijkt dat ze toch wel heeft geluisterd.
Buiten lag sneeuw. Ze wilde graag naar het strand, tante Janny had haar verteld dat ik aan zee woonde.
Het was heel koud, er stond een ijzige wind, die je de adem afsneed. Maar ze vond het geweldig. Ze huppelde maar om me heen als een stuiterballetje, wilde alle schelpen meenemen die ze vond, wilde de namen van alle vogels weten die we zagen (ik had vaak geen idee, toch maar eens neuzen op internet hoe die beesten allemaal heten) en kwam thuis met een berg zand in haar schoenen.

Later die week lag er echt een dik pak sneeuw. We zouden een witte kerst krijgen als het zo doorging.
We voerden hele sneeuwgevechten in de tuin, ik heb in jaren niet zo'n plezier gehad.


Brenda wilde een kerstboom, dus we gingen bij Kaylynns winkeltje kijken, dat geheel in kerstsfeer was ingericht en ja, ze had ook een paar boompjes ingekocht. Dat zijn haar woorden hoor, boompjes zei ze.
Het ding paste amper in mijn kleine huiskamertje. En hij begon meteen al uit te vallen. Ondanks dat ik geen centrale verwarming heb. Nu hebben we zand en dennenaalden op de vloer.
Maar het rook zo lekker, die boom, het deed me denken aan mijn kindertijd.



Bij een kerstboom horen ook pakjes. Ik kocht een boek voor haar over vogels. Door Kaylynn werd ze hele maal verwend, die kwam aanzetten met een kinderfornuisje. Ze kon er zelf koekjes op bakken. Daar zijn ze samen heel wat uurtjes mee bezig geweest. Dennegeur, bakluchtjes, het was echt zo gezellig.



Samen keken we tekenfilms op de televisie. 


We hadden zelfs een echt kerstdiner. Kaylynn heeft gekookt en ze gaf me een tafelkleed cadeau voor kerst, dat kwam goed uit. Het kleverige plastic kleedje dat ik heb ik niet echt sfeervol.
Buurman Paul werd ook uitgenodigd en hij bracht het dessert mee. En zijn zoon Alan, die had ik nog niet gezien.
Ik moest van Kaylynn een voorafje maken, dat werd dus groentesoep, dat is het enige dat ik kan dat ik aan gasten durf voor te zetten. Maar het was heel gezellig. 


We vierden ook nog oudejaarsavond met z'n allen, met oliebollen en vuurwerk en daarna was het tijd om Brenda terug te brengen naar Rotterdam. Met tegenzin moet ik zeggen. Ik had het zo gezellig gevonden met Brenda over de vloer, het is zo'n levendig kind, altijd babbelen, altijd vrolijk, heel nieuwsgierig. En ik maakte me zorgen ook. Waar moest ze heen? Weer bij dat vriendinnetje logeren? Cynthia lag nog in het ziekenhuis en gaf geen teken van leven. Bij tante Janny kon ze niet terecht.

Toen zei Paul: "Waarom komt ze niet hier wonen dan? Ze kan samen met Alan naar school. Ze zijn daar blij met elke nieuwe leerling."


School? Is er een school op dit eiland? Dat wist ik helemaal niet. Het blijkt van wel. Een klasje maar, ze hebben vijftien leerlingen of zo. Maar het onderwijs is prima volgens Paul.
Ik zei dat ik geen plaats heb voor een kind in dit kleine huis. "En de zolder dan?" zei Paul.
De zolder is een stoffige vliering onder de kale pannen. "Geen wonder dat het hier niet warm te stoken is," zei Paul. "Als dat nou toch geisoleerd moet worden, dan maken we daar toch gelijk een leuk kamertje voor het meisje? Ik help je wel."

Dus daar ging ik weer met Brenda, met de veerpont, de trein en de metro naar het ziekenhuis. Brenda was erg overstuur toen ze Cynthia daar zo zag liggen. Ik moet zeggen dat ik er zelf ook akelig van werd. We ging naar tante Janny, waar ik vertelde over mijn plan. Die was meteen enthousiast. "Oh, dat zou toch zo fijn zijn, Arnoud," zei ze. Ze zei dat ze wel kon zien dat Brenda het bij mij naar haar zin had gehad. Brenda had al honderduit verteld over vogels, vikingen, tante Kay en oom Paul en Alan.

Ik bracht Brenda weer bij haar vriendinnetje en ging alleen terug naar Kraaienplaat, waar al hard gewerkt werd door Paul en zijn vrienden. Ik probeerde te helpen, maar Paul zei dat ik in de weg liep, dat ik beter voor koffie kon gaan zorgen. Wat ik dan maar deed.

De zolder is eigenlijk een vliering. Je komt er via een houten ladder. Ik hoop dat Brenda daar niet vanaf gaat vallen. Er is maar een klein raampje. 



Het dak is nu geisoleerd, alles is schoon en netjes en geverfd en er ligt vloerbedekking. Er staat een bed en een bureautje, het is niet geweldig, maar voorlopig moet dit afdoende zijn. Als het nog langer gaat duren, zou ik een dakkapel kunnen nemen, zei Paul.

Dit alles is in twee weken tijd gedaan. Daarna ging ik weer naar Rotterdam, dit keer niet met de trein maar met het busje van Kaylynn. Ik bracht nog een bezoek aan Cynthia (geen verandering in haar toestand) en aan tante Janny. We laadden Brenda's kleren en speelgoed in het busje en nu woont ze dus voorlopig hier.

Ze was blij met haar nieuwe bed. En ik ook, nu hoef ik niet meer op de bank.
Morgen mag ze naar haar nieuwe school, samen met Alan, ik hoop dat ze het er leuk vindt.


Ik wist niet dat het zo leuk was om kinderen over de vloer te hebben. 

-o-o-o-o-

Huishoudens: 4 (Lillard en Kievit erbij)
Speelbare Sims: 6
CAS Sims: 2
Zaken: 1
Banen vrijgespeeld: geen
Branden en inbraken: geen
Vermenigvuldigingsfactor: 2
Populatie: 12


maandag 20 mei 2013

Ronde 1 - Kaylynn Spitzig

De eerste week heb ik niet best geslapen. Mijn buren maken erg veel herrie. 's Nachts wordt er luide muziek gespeeld. Ik dacht dat het stil en rustig was op het platteland. Niet dus.

Ik wilde niet als buitenstaander meteen al een grote mond opzetten, dus ik ben maar eens beleefd gaan kennismaken. Rechts van me woont een soort oudere jongere, hij heet Christian Love. Hij zit veel aan zijn motor te sleutelen op zijn achterplaatsje. Liefst met de radio aan. Erg vriendelijk is hij niet.



Aan de andere kant woont mevrouw Callista Fuchs, die iedere avond in dezelfde trui langskomt, op weg naar weet ik veel waar. Ze zei dat ze nachtdiensten heeft. Maar hoe of wat, daar deed ze nogal geheimzinnig over. Ook niet erg geneigd om contact te leggen met een indringer uit de stad. Nou ja, het heeft zijn tijd nodig, denk ik dan maar.




Als ik ze wat beter ken ga ik wel eens over die muziek beginnen. Het heeft geen zin om ze allemaal meteen tegen me in het harnas te jagen.
Aan de overkant heb ik kennisgemaakt met Neil, ook al een vreemde snoeshaan als je het mij vraagt.

Ik heb tomaten geplant. Zomaar voor de aardigheid. Ze zullen wel geen vruchten meer dragen voor de winter komt. Hoewel de winters hier niet zo koud zijn als op het vasteland, zijn er wel veel stormen.


De tomaten kregen al heel gauw luis. Ik had ze nog wel zo goed bemest. En niet teveel water gegeven, zoals het op het zakje beschreven stond voor deze soort.
En toen zag ik ineens deze dame in mijn tuin in de weer met een gieter. Ongevraagd. Het is de huiseigenaar en ze bemoeit zich overal mee. Komt iedere dag even kijken of alles nog heel is. Jemig, waar ben ik in terecht gekomen?



Ja, wat zal ik nou doen? Zal ik er wat over zeggen of niet. Ik zie het nog maar even aan.

Ik vroeg mijn vriend Arnoud te eten. Hij moppert wat af, die jongen. Hij klaagde dat hij steeds met de pont moet om eten te kopen. Ik beloofde dat ik op zou schieten met mijn winkeltje.


Volgens mij is hij nog niet verhongerd, want hij krijgt een aardig buikje. Dat heb ik uiteraard niet tegen hem gezegd.

Dus, ik ben eens gaan rondkijken. En vond dit oude schuurtje te huur. Heel geschikt als winkeltje.


Ik had het niet verwacht, maar het liep storm zeg. Er wonen nog best wel veel mensen op dit eiland. En ze zeiden allemaal dat ze zo blij waren dat ik dit deed. Eentje heeft een stukje over me geschreven in het wijkkrantje en dat leverde nog veel meer klanten op. Ik denk dat ik binnenkort moet uitzien naar iets groters, want mijn winkeltje stond steeds bomvol. 



Arnoud klaagt dat hij zo eenzaam is, maar ja, hij is ook zo verlegen. Ik heb aanspraak genoeg hoor. Een vriendin uit Denemarken kwam logeren en is maar gelijk gebleven. Ze is pas gescheiden en heeft een moeilijke tijd achter de rug. Ze heet Danielle Lillard.

Samen op de bank hebben we wat afgekletst met veel chocola. :)


Ze heeft een stacaravan gevonden aan de bosrand en ze wil me wel helpen met mijn winkel. Ze heeft iets technisch gestudeerd, ik ben vergeten hoe het heet, maar ze zei dat ze robots kan maken. Nou ja, niet zelf maken, ze bestelt een pakket via internet uit China en dat zet ze in elkaar. Dat lijkt me wel leuk voor mijn winkeltje. 

-o-o-o-o-o-

Einde ronde 1 (2/2)
1 stadsie gevangen
Aantal Sims: 3 (1 CAS en 2 stadsies)

3 huishoudens
1 zaak begonnen - dus 1 CAS Sim verdiend (1/2)
Vermenigvuldigingsfactor: 2
Populatie: 2x3 = 6


Intro - Kaylynn Spitzig

Kaylynn Spitzig ziet het helemaal zitten hier op de Kraaienplaat.



Tijdens haar vakantie maakte ze kennis met een vriendelijke jongeman die zich hier gevestigd heeft. Een beetje een sufferd wel, die Arnoud, maar een goeierd hoor.
Impulsief als ze is, besloot ze om de stad achter zich te laten en een nieuw leven te beginnen op dit mooie eiland. Ze is vast van plan om wat meer leven in de brouwerij te brengen.

In de stille Dorpsstraat, eens het bruisend hart van dit dorpje, heeft ze een huisje gevonden. Met uizicht op de kerk.


De keuken is wel erg oud, maar dat is iets om later wat aan te doen.




Achter is een klein zonnig tuintje.


.


zondag 19 mei 2013

Ronde 1 - Arnoud Storm

Ik ving mijn eerste vis. Die zag er wel heel anders uit dan wat ik normaal in de supermarkt koop. Ik had geen idee wat ik ermee aanmoest. Gelukkig stond er in de boekenkast een kookboek en daarin was ook een hoofdstuk over het schoonmaken van vis. Brrrrr.... daar zal ik wel even aan moeten wennen.
.



Maar kijk eens, hier verorber ik mijn eerste zelfgevangen maaltje. Het smaakte goddelijk.


De gootsteen lekt, daar heb ik maar even een emmer onder gezet. Ik moet leren hoe ik dat kan repareren.

Ik stapte op mijn fiets en ging in het dorp kijken. In de zomer was daar een klein supermarktje, maar dat bleek gesloten te zijn.


Het hele dorp leek wel uitgestorven. Uiteindelijk vond ik een oude man, die ik vroeg waar ik iets te eten kon kopen. Hij wees naar de haven. "De pont gaat morgenochtend vroeg," zei hij en hij spuugde op de grond.

De winkels zijn hier alleen in de zomer open voor de toeristen. De eigenaren hebben vaak de rest van het jaar een baan op het vasteland.

Ja, ik heb dus geen auto meer en om nou iedere keer met de fiets op die pont te gaan om wat te eten te kopen, dat is niet echt handig. Je bent een uur onderweg. Ik moet me dus zelf zien te redden.
Ik vond in de moestuin nog wat aardappelen en wat kruiden. In de kas plukte ik wat overrijpe tomaten.



Ik had gelukkig zaden meegenomen en ik ben maar gelijk wat gaan planten. Tomaten en aardbeien. Ik heb er nog niet veel verstand van. Zou dat hier groeien? Het is al herfst en er is al nachtvorst. De vijver is bevroren. Geen vis meer voorlopig. Ik heb gelukkig een voorraadje ingevroren.




Ik begin me toch wel eenzaam te voelen. Er gaan dagen voorbij dat ik met niemand praat. Als ik al iemand tegenkom, dan zijn het oude mensen. Ze zijn niet onvriendelijk, maar wel een beetje afstandelijk. Ik ben een buitenstaander.
Het weiland naast mijn huis is nu leeg, de koeien staan op stal. De buurvrouw aan die kant heb ik niet meer gezien. Ik ben een keer bij haar langsgegaan, maar alles was op slot, geen mens te zien. Toch meende ik een gordijntje te zien bewegen, het leek of ze zich gewoon niet thuis hield voor mij.
Rust en ruimte is heel leuk, en mooie natuur ook, maar kennelijk ben ik toch meer een sociaal mens dan ik zelf wist.

Toen er op een dag ineens drie mensen op de dijk stonden, die naar mijn huis stonden te kijken, ben ik er op afgestapt. Het waren toeristen. Ze vonden duidelijk mijn huis mooi. Ik hoorde er eentje zeggen: "Wat moet dat heerlijk zijn om hier te wonen." Toen heb ik de stoute schoenen aangetrokken en bood ze een kop koffie aan. Ik vroeg of ze mijn huis ook van binnen eens wilde zien.

(Sommige foto's van dit gedeelte zijn op miraculeuze wijze verdwenen, dus je moet me maar op mijn woord geloven.)

Het waren aardige mensen, Denen, en ze waren hoogst geïnteresseerd in de geschiedenis van dit eiland. Het was heel gezellig. Ik fleurde helemaal op van dat bezoek. Met een van de vrouwen heb ik e-mailadressen uitgewisseld en we hielden contact. Ze heet Kaylynn Spitzig en ze is net als ik een werkeloze leerkracht.
Het idee van de stad achter je laten en je op het platteland vestigen sprak haar erg aan. Ik heb haar uiteraard niet verteld dat de werkelijkheid een stuk minder idyllisch is dan ik verwachtte.

En ja hoor, na een paar weken heeft ze haar koffers gepakt en ze vroeg of ze bij mocht komen logeren totdat ze hier een huis had gevonden. Ik zei natuurlijk ja. Ik sliep op de bank en liet haar mijn bed. Gelukkig vond ze snel een huisje voor zichzelf. Niet dat het niet gezellig was, ze kan beter koken dan ik, maar mijn rug begon wel genoeg van die bank te krijgen.

Ze heeft een piepklein huisje gevonden in de Dorpsstraat. Het is vroeger een winkeltje geweest. De slaapkamer is de eigenlijke winkel, met een groot raam (vroeger een etalage), achter is een keukentje waar ze een zitje heeft gemaakt en er is een leuk klein tuintje. Ook zij wil graag haar eigen groente gaan verbouwen. Ze is er helemaal enthousiast over.

Het is een energieke en optimistische meid. Ze wil ook gaan proberen om een winkeltje te beginnen. Met levensmiddelen, wat kleding en dergelijke. Ze heeft een autootje en ze kan het dan met de pont gaan halen op het vasteland. Hoeven de mensen niet zo ver te reizen voor hun boodschappen. Het lijkt me een goed idee.

Ik heb haar geholpen om haar huisje wat op te knappen en daarna is ze verhuisd. Ze beloofde me dat ze binnenkort komt helpen om mijn huis op te knappen. Maar dat heeft geen haast.

Dus nu wonen er twee buitenstaanders in dit dorp. Ik heb een vriendin en dat voelt stukken minder eenzaam.




-o-o-o-o-o-

Eind van ronde 1.
1 CAS Sim gemaakt, 1 stadsie gevangen.
Populatie: 2
Geen openbare kavels, geen banen vrijgespeeld

Doelen:
Een winkel voor Kaylynn bouwen
Een bedrijf aan huis beginnen voor Arnoud (geld raakt op)
Een kind adopteren voor Arnoud





maandag 13 mei 2013

Intro - Arnoud Storm



Mijn naam is Arnoud Storm. Ik ben geschiedenisleraar. Was. Ik was geschiedenisleraar, want dat leven heb ik achter me gelaten. Als leraar ben ik totaal mislukt. Ik kon geen orde houden in de klas en ik haatte het om dag in dag uit weer op mijn ouwe fiets naar die school te rijden.
Het was zo'n opluchting toen het vakantie was. Even geen pubers, geen gepest. Even tijd voor mezelf. Ik had niet veel geld, dus ik besloot om een fietstocht langs de waddeneilanden te maken. Behalve de bekende eilanden zoals Vlieland en Terschelling is er ook een veel kleiner en tamelijk onbekend eilandje, dat heet de Kraaienplaat. Het heeft een oud kerkje waar nog een oude vikingkoning begraven ligt. Er is weinig vertier voor toeristen, maar de liefhebbers van rust en natuur weten het te vinden.

Ik werd verliefd op de Kraaienplaat. En toen zag ik dat leuke huisje aan de Kanaalweg te koop staan. Het had wel een likje verf nodig, maar het voelde oké. De prijs was een verrassing. Huizen op de Kraaienplaat zijn niet duur. Veel staan er leeg. De jonge mensen trekken allemaal naar de stad.

Tja, en toen heb ik de stoute schoenen aangetrokken. Ik heb mijn baan opgezegd, mijn auto verkocht en ik heb dit huisje gekocht. Het heeft een moestuin en er is een visvijver. Er is ook een kas. Ik stel me zo voor dat ik van het land ga leven. Zelf mijn eten verbouwen en verder maar interen op mijn spaargeld. Weg uit die hel die school heet. Een nieuw leven.




Kijk, het is een beetje oud en klein, maar het uitzicht is geweldig. Dit zijn mijn overburen.


Naast mij staat een huis dat helemaal is opgeknapt door een ouder echtpaar. Misschien ziet mijn huis er over een paar jaar ook wel zo uit.

Ik heb nog niet veel van mijn buren gezien, ze zijn erg op zichzelf. Maar het lijken me vriendelijke mensen.

De verkoper van mijn huis heeft het meubilair achtergelaten. Het is allemaal erg oud, maar ach, ik ben met weinig tevreden.


Ik heb wel een nieuw bed gekocht, het oude zag er niet zo fris uit. Ik denk dat die mensen daar hun hele leven in geslapen hadden. En misschien hun ouders en grootouders ook nog wel.  Maar dat bed was dan ook de enige luxe. Verder is alles nog in oude staat. Heel antiek eigenlijk.

Vandaag ben ik aangekomen in mijn nieuwe huis. Het zag er wel wat anders uit dan van de zomer, toen de zon scheen. Nu is het bewolkt en het waait behoorlijk. De straten in het dorp zijn ook helemaal verlaten.
Ik ben maar begonnen met proberen om een visje te vangen voor mijn avondmaal.


En weet je, toen ik daar zo stond en de frisse lucht opsnoof en besefte dat ik nooit meer naar die school toe hoef, toen voelde ik me diep gelukkig.




New

This blog is for my Build-A-City-Challenge (BACC) for my Sims2.