Op het Noorderstrand komen vroeg in de ochtend twee vreemde wezens aangezwommen.
Het zijn Zirk en Par Ob. Ze zijn door hun ruimteschip in zee gedumpt. Met ferme slagen zwemmen ze door de branding en lopen het verlaten strand op.
Ze zoeken het dennebosje in de duinen af, waar hun uitrusting gedropt is met een parachute. Par heeft een zendertje bij zich, waarmee ze het pakket snel heeft opgespoord.
"Moeten we echt deze lappen aantrekken?" vraagt Zirk, als hij de het kledingpakket ziet. Par zegt dat ze dit land uitgebreid bestudeerd heeft vanuit de ruimte. Aardbewoners dragen lappen. De mannen hebben een soort sliertje om hun nek, de vrouwen lopen op schoenen op steeltjes. "Voor mij is het ook niet prettig, maar het went gauw genoeg. We moeten zoveel mogelijk op hen lijken. Maar ja... ik geloof niet dat ik Aardbewoners in onze huidskleur heb gezien. Allerlei kleuren, maar geen blauw. Tenzij ze overleden waren."
"Het groene team heeft ook al een kolonist geplant, heb ik gehoord," zegt Zirk. "Ze zullen er wel snel aan wennen. Maar voorlopig moeten we ons nog even gedeisd houden, totdat we met meer zijn. Aardbewoners zijn niet echt gevaarlijk, behalve die van dat kamp daar, die in het groen gekleed zijn. Afdeling Groen gaat zich daarmee bezighouden. We moeten ons voorlopig een beetje gedeisd houden en onze omgeving goed bestuderen."
"Nou, dit is het dan. Onze nieuwe kleding. Je ziet er prachtig uit, Par." "Dank je, jij ook, Zirk, kom, we moeten gauw een onderkomen vinden. Ik heb iets uitgekozen hier verderop. Het zag er vanuit het schip gunstig uit. Geen buren en er woont maar één aardmens en die kan niet goed zien. Dat leek me een veilige keus." Samen lopen ze het pad af.
"Kijk, daar staat een bordje Te Huur. Dat betekent dat je voor geld erin mag wonen. Jij hebt wat van dat geld gedrukt?" "Ik heb mijn zaakjes prima voorbereid, Par, maak je geen zorgen. Ga jij maar met ze praten, want jij spreekt de taal beter. Laten we opschieten want er komt allemaal water uit de lucht vallen. Ik vind het niet prettig hier buiten."
Par drukt op de bel. Eerst gebeurt er helemaal niets. "Moet je niet roepen?" vraagt Zirk. "Nee, ik moet op dit knopje drukken en dan komt er iemand. Ik heb goed gekeken hoe het moet."
Dan horen ze voetstappen en een aardvrouw doet de deur open.
"Hallo, wij hebben Te Huur gezien en dat willen wij graag," zegt Par.
De vrouw stelt zich voor als Sandra Beemster.
Sandra woont al heel haar leven hier in de duinen. Vroeger met haar man, maar die is verongelukt, hij werkte bij de reddingsbrigade. Sindsdien verhuurt ze haar huisje aan de toeristen. Zelf slaapt ze dan in het schuurtje in de achtertuin. Ze is verbaasd om zo vroeg in het seizoen al toeristen aan te treffen.
"U heeft niet gereserveerd?" vraagt Sandra. "Nee, niet reservaat, wij willen Te Huur graag dank u wel alstublieft," zegt Par en toont haar meest beleefde glimlach.
"Ik had niemand verwacht, maar ik kan wel even het bed voor u verschonen, geen probleem," zegt Sandra. "Hoe lang had u gedacht te blijven?"
"O wij willen heel lang blijven. Heel lang," zegt Par.
"Ja, hoe lang is lang? Een maand?" vraagt Sandra. "U spreekt trouwens erg goed Nederlands voor een buitenlander, waar komt u vandaan? Ergens uit Oost-Europa zeker?"
"Wij willen Te Huur voor een jaar," zegt Par. "Ja, wij komen van heel ver. Kunnen wij ook eten hier?"
"Ik verzorg geen maaltijd, maar u heeft beschikking over het hele huis, u heeft de keuken voor uzelf, ik ga zelf in de achtertuin wonen als er gasten zijn. Ik ben blind, ziet u, dus koken doe ik niet. Er is in het dorp een restaurant als u liever niet zelf wilt koken."
Ze gaat hen voor het huis in. Er is een kamer, een keuken, een badkamer en een zitkamer. "Ja, is mooi wij nemen het. Mijn man betaalt de Te Huur aan u. Met geld," zegt Par.
"En wat is uw naam?" vraagt Sandra.
"Ehm... Romeo en Julia," zegt Zirk. "Romeo en Julia?" Sandra kijkt verbaasd. Maar ja, toeristen zijn soms rare snoeshanen. Ze laat het er verder maar bij. Die meneer is goed van betalen want hij betaalt een heel jaar huur vooruit, zonder af te dingen op de prijs.
"Wij wil graag rust," zegt Par. Wij zijn filmster in ons eigen land. En wij willen niet de pers om ons heen. Alstublieft zegt u tegen niemand dat wij hier wonen."
"Van mij zal niemand iets te weten komen, maakt u zich geen zorgen," zegt Sandra. "Ik zal uw boodschappen wel voor u halen dan. Wat wilt u eten?"
Even later is ze met haar blindenstok op weg naar het dorp. Bij de winkel van Kaylynn haalt ze wat brood, vis en groenten. "Ik heb gasten voor een heel jaar. Rijke mensen zo te zien. Ze klinken Bulgaars of zo. Maar niemand mag weten dat ze er zijn, want ze willen rust."
"Van mij zal niemand wat horen," zegt Kaylynn en ze doet de boodschappen voor Sandra in een tasje.









Geen opmerkingen:
Een reactie posten